|
V#1111: In
hoeverre is de genezing van de denkgeest gerelateerd aan de gezondheid van het
lichaam? V#1111(i): Twee vragen over ziekte: Een cursus in wonderen heeft
het erover dat we ons lichaam het doel van de Heilige Geest kunnen geven,
waarna het gezond zal functioneren. De laatste paar jaar ben ik veel ziek
geweest, wat ik toeschrijf aan stress en aan het feit dat ik de Cursus voor een
aantal jaren op een laag pitje had gezet. Maar nu heb ik het weer opgepakt. In
hoeverre beïnvloedt het beperken van schuld en het beoefenen van vergeving ons
immuunsysteem; en zijn we min of meer beperkt zolang we in het lichaam blijven? V#1111(ii): De paragraaf in het Handboek: “Hoe hangen genezing en Verzoening samen?” (H22) verklaart dat
genezing, het Verzoeningsprincipe, en vergeving niet samenhangen, maar identiek
zijn, en dat dit begrepen moet worden wil de leraar van God vooruitgang boeken.
Ik weet dat het lichaam een illusie is en dat proberen om het lichaam te
genezen een poging is de droom en het lichaam tot werkelijkheid te maken. Als
het doel het aanvaarden van de Verzoening is, en mijn denkgeest genezen is als
de Verzoening ontvangen is, komt hier dan niet uit voort dat het lichaam als
gevolg van de beslissing van de denkgeest ook genezen is? Of kan de denkgeest
genezen zijn terwijl het lichaam nog steeds ziek lijkt? Hoe werkt dit als ik
met iemand werk die ziek is? Lijkt zijn lichaam nog steeds ziek te zijn of is
het genezen? A: (Het volgende is een
antwoord op beide vragen) De Cursus legt er de nadruk op dat het lichaam een
projectie van de denkgeest is en niet bestaat als een onafhankelijke entiteit
die ziek wordt, herstelt en tenslotte sterft (T28.VI.2). Dus alleen de denkgeest is actief – het lichaam heeft
geen invloed op de denkgeest, en denken dat dit wel zo is noemt Jezus
niveauverwarring (T2.IV.4). De
schuld in onze denkgeest wordt altijd geprojecteerd op ons eigen lichaam
(ziekte) of op dat van anderen (aanval), tenzij de keuzemaker beslist om met
Jezus naar de schuld te kijken. Dit is allemaal onderdeel van de egostrategie
om ons uit onze denkgeest te houden, zodat we ons nooit zullen realiseren dat
we de macht hebben om tegen het ego te kiezen. Dat leidt ertoe dat we geloven dat
het lichaam actief dingen doet, of dat krachten van buitenaf, waar we weinig of
geen controle over hebben, er invloed op hebben. Maar dat is allemaal verzonnen
en zelfmisleiding, en de reden waarom Jezus ziekte beschrijft als “een verdediging tegen de waarheid”
(WdI.136). Slechte gezondheid is het gevolg van een beslissing in de denkgeest
dat een duidelijk doel dient, namelijk om uiteindelijk in de afgescheiden staat
te blijven, maar zonder dat je er verantwoordelijk voor wordt gehouden. Dus
onderwijst Jezus ons: “De oorzaak van
pijn is de afscheiding, niet het lichaam dat daar alleen het gevolg van is”
(T28.III.5:1). Pijn wordt dan ook niet bepaald door lichamelijke sensaties.
Pijn is geheel te wijten aan de schuld in onze denkgeest en onze keuze voor de
interpretatie van het ego dat we straf verdienen. Vergeving is de beslissing
van de denkgeest om naar schuld te kijken met Jezus. Zo leren we dat schuld is
gebaseerd op valse overtuigingen. En daarom hoeft het niet geprojecteerd te
worden, maar kan het eenvoudigweg worden losgelaten. Dan zal het lichaam,
hoewel nog steeds een projectie van de denkgeest, niet gebruikt worden om
afscheiding en schuld te ondersteunen, maar in plaats daarvan om het
denksysteem van de Heilige Geest van gezamenlijke belangen te demonstreren. De
denkgeest die genezen is van zijn geloof in schuld weet dat het lichaam niet
zijn werkelijkheid is, en dus wordt ‘gezondheid’ nu geassocieerd met de
aanvaarding van de Verzoening en niet – foutief - met de afwezigheid van
ziekte. We zullen dan weten dat ons immuunsysteem in werkelijkheid in de
denkgeest zetelt: het is de weerstand van de denkgeest tegen elk geloof in de
echtheid van afscheiding en beperking. Niet langer geïdentificeerd met het
lichaam, zal de genezen denkgeest er niet door beperkt worden (T18.VI.13), hoewel het lichaam nog
steeds ‘normaal’ lijkt in de zin van veroudering en andere condities. Een egovrije
denkgeest zou er ook voor kunnen kiezen om ongenezen denkgeesten te leren dat
het lichaam niet hun werkelijkheid is door te verschijnen in een ziek lichaam
of in een lichaam dat gekruisigd wordt. Denk bijvoorbeeld aan Ramakrishna of
Jezus: op het einde van hun leven leek hun lichaam niet al te gezond in termen
van de wereld; toch was er geen schuld in hun denkgeest. Zij kozen ervoor ons
te onderwijzen door middel van die vormen. Er kunnen ook andere, voor ons
onbekende redenen zijn voor het kiezen van lichamelijke beperkingen; maar de genezen
denkgeest interpreteert dat niet als straf voor onze zonden, zoals het ego doet. Dus het waarnemen van enkel
het lichaam kan ons niet vertellen of een specifieke toestand een juist of
onjuist gerichte beslissing vertegenwoordigt. Strikt gesproken is het waar dat
wanneer een bepaalde toestand het directe gevolg is van de projectie van schuld
van de denkgeest, die toestand verandert wanneer de denkgeest de schuld
loslaat. Maar met de verdwijning van de schuld verdwijnt ook de identificatie
van de denkgeest met het lichaam, omdat de denkgeest zich gerealiseerd heeft
dat vrede volkomen onafhankelijk is van de toestand van het lichaam. Dat is
cruciaal, en een zeer moeilijke les voor ons om te leren. Het tegenovergestelde geldt
voor de denkgeest die nog steeds in afscheiding en speciaalheid gelooft. Voor
hem symboliseert het lichaam alles wat de denkgeest van waarde acht en waar het
aan vast wil houden. Daarom zegt Jezus (waarbij hij de keuzemaker aanspreekt): “…jij [hebt] het [lichaam] tot symbool gemaakt van de beperkingen die
jij wilt dat jouw denkgeest bezit en ziet en behoudt” (T28.VI.3:10). Als
gevolg hiervan zullen wij (de keuzemakende denkgeest) onszelf ervaren als
beperkt door het lichaam, als dát de identiteit is waarvan we voor onszelf
willen dat die waar is. We worden wat we niet zijn, inclusief de overtuiging
dat het lichaam zichzelf bestuurt en beïnvloed wordt door krachten van
buitenaf. Het is dan ook veel
behulpzamer om je aandacht te richten op het immuunsysteem van de denkgeest: de macht van de denkgeest om
de waarheid te aanvaarden die we ontkend hebben, en te ontkennen dat iets van
buitenaf vrede kan geven of deze kan wegnemen. (Kenneth gaf in 2005 een
workshop met de titel: ‘Het immuunsysteem van de denkgeest versterken’.) Jezus
herinnert ons eraan dat “de weerstand om
dit te erkennen is enorm, omdat het bestaan van de wereld zoals jij die
waarneemt, afhangt van het lichaam als keuzemaker” (H5.II.1:7). Dus moeten
we geduldig zijn met onszelf terwijl we door dit leerproces gaan, en leren glimlachen
om onze behoefte om het lichaam in ons bewustzijn steeds zo werkelijk te maken. Als je werkt met iemand die
ziek is, is het je enige verantwoordelijkheid om bewust te zijn van je
waarneming en te kijken naar al je oordelen. En vervolgens breng je deze naar
de liefde van Jezus, die altijd aanwezig is in je denkgeest. Jezus bespreekt in
een eerdere passage in het Handboek hoe je met een patiënt kunt omgaan: “En dit is de functie van Gods leraren:
geen enkele wil als gescheiden te zien van die van hen, noch die van hen als
gescheiden van die van God” (H5.III.3:9). Dat is altijd de leidraad voor
iedere relatie – om jouw belangen te zien als gedeeld met die van de ander,
niet als afgescheiden. Dan zul je eenvoudigweg weten wat je wel of niet moet
doen. Het maakt ook niet uit of de ander vanuit de juiste of onjuiste
gerichtheid-van-denken naar je toe komt; jouw reactie zal altijd liefdevol
zijn. Nogmaals, je kunt de inhoud van de denkgeest van de persoon niet
beoordelen op grond van de lichamelijke conditie (vorm). Maar in dat heilige
ogenblik waarin je voorbij de gescheiden belangen bent, zal liefde door je heen
vloeien in een vorm die past bij die situatie. Je zult dan een al te veel
voorkomende vergissing vermijden (vaak met pijnlijke gevolgen), namelijk denken
dat jij weet wat het beste is voor die persoon. Terwijl je de keuze van die
denkgeest respecteert, zullen er geen egobehoeften zijn die de communicatie van
liefde verstoren. |