|
V#1096(iv): Zijn ‘wij’ werkelijk ‘wij’ of
slechts één? Zijn
‘wij’ werkelijk ‘wij’, de Zoon van God, of slechts één Zoon? Is de Zoon van God
in deze illusie in miljarden delen versplinterd? Deze vragen vormen een
fundamenteel probleem als ik de Cursus probeer te begrijpen. Metafysische
uitleg, metaforen en pure logica haal ik in mijn denkgeest door elkaar. Ik lees
de Cursus en vat soms iets letterlijk op, raak in de war, en vervolgens ontdek ik
dat het niet werkelijk zo bedoeld werd. A: Volgens Een cursus in wonderen is de werkelijkheid non-dualistisch, wat
betekent dat er geen gefundeerd gevoel van ‘wij’ kan zijn. De Zoon van God is
één, en deze Zoon kan op geen enkele manier van Zijn Vader gescheiden zijn: “Wat Hij schept staat niet los van Hem, en
nergens eindigt de Vader en begint de Zoon als iets afzonderlijk van Hem.”
(W.pI 132.12:4) Alle gevoel van afscheiding – waarbij het ene wezen niet
het andere wezen is – is illusoir;
woorden zijn betekenisloos op dat niveau van eenheid (WdI.169.5:4). De
meeste studenten ondervinden dezelfde moeilijkheden met de taal van de Cursus.
We hebben al veel vragen zoals de jouwe gekregen; zie bijvoorbeeld ons antwoord
op V#72 en V#566. Wat helpt, zoals je kunt lezen in ons antwoord op je eerste
vraag, is om een onderscheid te maken tussen de inhoud van Jezus' boodschap en de vorm waarin deze wordt uitgedrukt. Als de inhoud je duidelijk is,
zal het probleem met de vorm ervan verminderen. Hij bespreekt dit onder andere
in zijn inleiding tot de Verklaring van termen op het einde van de Handleiding
voor leraren: “Deze
cursus blijft binnen het kader van het ego, waar hij nodig is. Hij houdt zich
niet bezig met wat voorbij alle dwaling ligt [non-dualiteit], omdat hij
alleen ontworpen is om de richting daarnaar aan te geven. Daartoe gebruikt hij
woorden, die symbolisch zijn en niet kunnen uitdrukken wat achter symbolen
schuilgaat. De Cursus is eenvoudig.
Hij heeft één functie en één doel. Alleen daarin blijft hij geheel consistent,
want alleen dat kan consistent zijn.” (VvT.In.3:1-3, 8-10) Het
kost tijd om deze helderheid over de eenvoudige inhoud van de Cursus te
ontwikkelen, maar dat komt omdat we bang zijn voor de implicaties ervan. Daarom
spreekt Jezus aan het begin van Het lied van het gebed over onze
spirituele reis als een ladder met vele treden. Op de onderste treden begrijpen
we zijn leer op een bepaalde manier, maar op de bovenste op een heel andere
manier. Dat is ons probleem, niet dat
van hem, want het was onze beslissing om ons van de waarheid af te schermen, door
te concluderen dat ze een bedreiging vormde voor ons bestaan als individu. We
hebben de waarheid dan ook vervangen door ons eigen surrogaat, die dualiteit tot werkelijkheid maakte en
ons op de onderste trede van de ladder deed belanden. Daarom klimmen we de ladder
opnieuw langzaam en aarzelend omhoog, totdat we beseffen dat we ons totaal
vergist hebben in alles wat we hebben waargenomen over onszelf en de wereld, en
dankbaar zijn dat we ongelijk hebben. Kenneth
heeft aan dit onderwerp zo’n 60 bladzijden gewijd in hoofdstuk 2 en 3 van All Are Called, het tweede deel van
het boek The Message of A Course in Miracles. Hij heeft er ook een
workshop over gegeven die op cd verkrijgbaar* is: ‘Duality As Metaphor in A Course in Miracles’. * Voor
het bestellen van deze cd zie: www.miraclesincontact.nl |