|
V#107: Over woede en conflicten op de werkplek. Ik heb een vraag over het denkbeeld: “Het is onmogelijk dat er iets verloren gaat, als wat jij hebt
is wat jij bent.” (T26.VII.11:4) Deze uitspraak wordt gedaan in de
context van de beschrijving van onze ware identiteit. Geldt dit ook voor onze
ervaring als ego? Mijn werkomgeving brengt een heleboel schuld bij mij naar
boven, hetzij op anderen geprojecteerd hetzij geïnternaliseerd. Ik kan me veel
momenten voor de geest halen waarin een opvatting van mij wordt bestreden en ik
erg beledigd, gekwetst, boos, enz. word. Het lijkt alsof ik die opvatting ben
geworden, dat hij mij vertegenwoordigt. Is dit dus hetzelfde denkbeeld, wat
betekent dat wat ik heb mijn beslissing is het ego te kiezen, zodat dat is wat
ik ben? Ik word of weerspiegel wat ik kies? En als ik daarom een stap terug kon
doen en met Jezus naar deze werksituaties kijken, en visie kiezen, zou ik dan
die visie worden? Klopt dat? A: Ja, je zit hiermee op het goede spoor.
Elke stap in onze afdaling uit de toestand van eenheid hield een keuze in,
vervolgens het worden van wat we kozen, maar ontkennen dat dit onze keuze was. Direct
vanaf het begin was het doel om onze individualiteit te verkrijgen en behouden,
maar er geen verantwoordelijkheid voor te nemen. Daarom is slachtofferschap de
gangbare ervaring van het menselijk bestaan, want dit versterkt de innerlijke
overtuiging: ‘ik ben niet verantwoordelijk’. Vanuit onze identificatie met het
ego - niet vanuit onze juist gerichte
denkgeest - kán ons leven hier niets anders zijn dan de ene ervaring na de
andere van ons beledigd, boos, wrokkig, angstig, schaamtevol enz. voelen. De
wereld is immers niets anders dan onze naar buiten geprojecteerde gedachten van
zonde schuld en angst, “de uiterlijke
weergave van een innerlijke toestand” (T21.In.1:5). We moeten dingen persoonlijk opvatten, anders kunnen we anderen niet
voor onze toestand verantwoordelijk houden. Met andere woorden: we zijn het denksysteem
van het ego geworden, en dus wordt het leren van vergeving aanvankelijk als een
enorme bedreiging gezien. Daarom is wat de Cursus vergeving-ter-vernietiging noemt de algemeen aanvaarde versie van
vergeving in de wereld. Hierbij wordt zonde tot werkelijkheid gemaakt en is er nog
steeds een scheiding tussen degene die vergeeft en degene die vergeven wordt,
precies het tegenovergestelde van wat de Cursus leert. De lessen uit het Werkboek benadrukken steeds het belang van een
stap terug doen en met Jezus kijken naar wat we doen en denken. We hebben de
hulp nodig van een leraar die buiten het denksysteem staat waarmee we ons zo
door en door hebben geïdentificeerd. Anders zouden we er op geen enkele manier
aan voorbij kunnen gaan. Dus jouw conclusie klopt helemaal dat kijken met Jezus
en kiezen tegen het ego je
automatisch dezelfde visie als Jezus geeft. De sleutel is je te herinneren dat
we altijd een keuze hebben, terwijl de inspanningen van het ego erop gericht zijn
ons onnadenkend te houden. Wie wij werkelijk zijn, Gods ene Zoon, is nooit
veranderd en is nooit aangetast door de droom van afscheiding. We hoeven alleen
maar onze ontkenning van die waarheid te ontkennen (T12.II.1:5), en dan zal alles wat we onzichtbaar gemaakt hebben,
dankzij onze vereniging met Jezus of de Heilige Geest, weer alles zijn wat we
zien (T12.VIII.3). In de woorden van
een mooi gebed: “Ik heb niets, ik wil niets, en ik ben niets dan de liefde van
Jezus”. |