|
V#1068:
Hoe kan de Heilige Geest zowel waarnemen als kennis hebben, als deze elkaar
wederzijds uitsluiten? Een cursus in wonderen
lijkt te zeggen dat de Heilige Geest zowel waarneemt (bijv.dat ik hier achter
mijn computer zit) als kennis heeft. Het is wat vreemd dat de Heilige Geest
tegenstrijdigheden lijkt te verenigen. In het algemeen hebben alleen God en
Christus kennis. A: Dit is een kwestie van
tegenstrijdigheden op het niveau van de taal in de Cursus. Jezus corrigeert
onze langgekoesterde dwalingen over God, Christus, de Heilige Geest en hemzelf.
Maar hij moet dit doen door middel van de taal en concepten waar we vertrouwd
mee zijn en die we kunnen aanvaarden. Jezus wil vooral dat we weten dat God en
de Heilige Geest geen deel zijn van een of andere samenzwering om ons in een
val te lokken en vervolgens te vernietigen vanwege onze zonden. Hij zal te werk
gaan volgens elke manier waarop hij zijn liefdevolle boodschap aan ons over kan
brengen. Dus zal hij taal gebruiken die zegt dat de Heilige Geest ons waarneemt
als ofwel vragend om liefde, óf als liefde uitbreidend: dit is onderdeel van
zijn meer algemene boodschap dat zonde niet werkelijk is. Hij spreekt onze behoeften
aan – ons verlangen om zeker te weten dat God ons liefheeft en nooit
veroordeelt – en daarom moet hij woorden gebruiken die ons aanspreken. Als je de Cursus bestudeert met dit in
gedachten, zul je niet in verwarring raken over het taalgebruik. Je zult zien
dat er in de inhoud geen enkele tegenstrijdigheid zit. Jezus brengt een
liefdevolle boodschap aan ons over, en zijn taalgebruik zal verschillen
naargelang het punt dat hij duidelijk wil maken. In de Verklaring van termen,
aan het eind van het Handboek voor leraren, staat: “De Heilige Geest wordt beschreven als de overblijvende Communicatieschakel
tussen God en Zijn afgescheiden Zonen. Om deze bijzondere functie te vervullen,
heeft de Heilige Geest een dubbele functie op zich genomen. Hij heeft kennis,
want Hij is deel van God; Hij neemt waar, want Hij werd gezonden om de mensheid
te verlossen. Hij is het grote correctieprincipe; de brenger van ware
waarneming, de macht die onlosmakelijk verbonden is met de visie van Christus .
. . . Hij lijkt een Gids door een ver land, want die hulp heb je nodig. Hij
lijkt alles te zijn wat maar voldoet aan de behoeften die jij meent te hebben”
(VvT6.3:1-4;4:6,7). Maar wanneer we ontwaken uit de droom, hebben we geen
Stem (vorm) meer nodig om ons eraan te herinneren dat we slechts dromen dat we
afgescheiden zijn van God: “En dan is de
Stem verdwenen, en neemt ze niet langer vorm aan, maar keert terug naar de
eeuwige vormloosheid van God” (VvT6.5:8). |