|
V#105:
Wat is de beste manier om de Cursus te bestuderen? Wat is de beste manier om Een cursus in wonderen te bestuderen? In mijn ervaring is er weinig
inhoudelijke overeenkomst tussen studiegroepen en hetgeen de Foundation naar
voren brengt. Daarom werk ik alleen. Is het de bedoeling eerst het Tekstboek te
lezen voordat ik aan het Werkboek begin, of beide tegelijk te doen? Als ik met
het Werkboek begin en enkele dagen of weken mis, moet ik dan opnieuw beginnen
of kan ik verder gaan waar ik gebleven was? Maakt het iets uit? Ik zou de
Cursus liever samen met anderen doen, maar de meeste mensen die ik gesproken
heb, realiseren zich niet eens dat de Cursus non-dualistisch is. Wanneer ik dat
aspect probeer uit te leggen, willen mensen dat meestal niet horen en proberen
ze me te overtuigen dat ik het verkeerd zie. Ik heb ook mensen horen zeggen dat
zij de Cursus prettig vinden omdat ze hem makkelijk kunnen combineren met een
andere spirituele praktijk. Ik vind dat vrijwel onmogelijk en houd me niet meer
bezig met spirituele leringen die ik vroeger koesterde. Ik begin me af te
vragen of ík degene ben die in de war is. Advies is welkom. A: (1) Eigenlijk is er
geen ‘beste manier’ om de Cursus te bestuderen, wat geheel in lijn is met de
feitelijke theorie ervan. In wezen is het een leerplan dat de student onder
leiding van de Heilige Geest of Jezus volgt. “De opleiding is altijd heel persoonlijk toegesneden” (H9.1:5). Jezus
raadt ons aan het Tekstboek heel zorgvuldig te bestuderen en niet te snel
verder te gaan, om niet onnodig in overweldigende angst terecht te komen. (TI.VII.4,5) Hij legt ook uit dat de “theoretische fundering zoals het tekstboek
die verschaft, als kader noodzakelijk is om de oefeningen in dit werkboek
zinvol te maken”(WIn.1:1). Het is dus duidelijk dat hij verwacht dat zijn
studenten op enig moment tijd en aandacht geven aan het Tekstboek. Maar hij
zegt niet wat je eerst moet doen. Dus als jij het prettig vindt het Tekstboek
te bestuderen en tegelijk de werkboeklessen te doen, dan kun je dat gewoon doen. Hij zegt ons ook niet meer dan één werkboekles
per dag te doen (WIn.1:6). In les 95 vind je, in de middelste
alinea’s, wellicht antwoord op je vraag over wat te doen als je verschillende
dagen of weken van de lessen mist. De instructie daar richt zich op het
herkennen van de manieren waarop het ego het proces binnensluipt. Jezus zegt
daar ook dat we met vergeving zouden moeten reageren wanneer “onze ijver verflauwt en we nalaten de
aanwijzingen voor de toepassing van het idee van de dag op te volgen” (WdI.95.8:3).
Dát is de sleutel. Jezus houdt niet bij hoe punctueel we zijn in het opvolgen
van de instructies voor de dag; hij wil ons alleen helpen onze denkgeest te
trainen om steeds meer in termen van vergeving te denken. Toch is het logischer
om verder te gaan waar je gebleven was, dan om helemaal opnieuw te beginnen. (2) De Cursus zegt niets over groepen. Sommige
mensen vinden het prettig om samen met anderen te studeren, anderen niet. Het
hangt helemaal van iemands voorkeur af. In onze ervaring is het eerder regel
dan uitzondering dat mensen het compromisloze non-dualisme van de Cursus onverdraaglijk
vinden en dat dit angst opwekt. Daarom verzwakken ze de boodschap en laten de
Cursus iets zeggen dat hij niet zegt. Of ze vermengen de boodschap van de Cursus
met het gedachtegoed van andere systemen, waarbij ze aan geen enkel systeem
recht doen. Eén van de kwaliteiten van de Cursus is de manier waarop hij een
non-dualistische metafysica integreert met leven in de wereld. Dit is een
behoorlijke uitdaging, maar de Cursus geeft ons alle steun die we nodig hebben
op onze reis terug naar ons thuis in de Hemel – de staat van volmaakte Eenheid. |