|
V#1046: Is
het mogelijk het lichaam te overstijgen? Is het
mogelijk het lichaam te overstijgen en je er tijdelijk niet van bewust te zijn?
Ik wil graag een ervaring hebben waarin ik weet dat ik niet een lichaam ben.
Het voelt voor mij alsof – als ik zo’n ervaring niet
kan hebben – alles wat ik geleerd heb onzin is en me alleen aan vals gevoel van
troost geeft. Ik begrijp dat denkgeesten kunnen communiceren, maar dat bewijst
nog niet onze onsterfelijkheid. Dat is net zoiets als zeggen dat radio’s levend
zijn, terwijl ze alleen maar trillingen uitzenden. Alleen als ik zeker weet dat
ik niet een lichaam ben, kan ik geloven dat we eeuwig leven. A: Het idee van het overstijgen
van het lichaam is het onderwerp van “Aan het lichaam voorbij” in hoofdstuk
18 van de tekst (T18.VI). Daar spreekt Jezus
erover als de ervaring van “ontsnappen aan beperkingen… een verbinding van
jezelf met iets anders waarin jouw denkgeest zich verruimt om het te omvatten…
Wat er in werkelijkheid gebeurt, is dat je de illusie van een beperkt
bewustzijn hebt opgegeven, en de angst voor eenheid bent kwijtgeraakt… Je hebt
dit in de plaats van het lichaam aanvaard, en hebt jezelf één laten zijn met
iets wat dat overstijgt, door je denkgeest er eenvoudigweg niet door te laten te beperken” (T18.VI.11:3,4,7,11). Het proces van de Cursus om
ons terug te brengen naar onze natuurlijke staat als geest, voorbij het lichaam
(WdI.72.9:3), houdt in dat we de
stappen terugdraaien die we ondernamen om een lichaam te ‘worden’. In
bovenstaande passage vertelt Jezus dat we zo’n angst
hebben voor vereniging (eenheid), dat we vasthouden aan onze waarneming van
beperkingen in onszelf en in anderen. Het lichaam dient het doel om het
bewustzijn te beperken. We kunnen liefde nooit kennen zoals ze werkelijk is, of
onszelf zoals we werkelijk zijn, zolang we overtuigd zijn van de werkelijkheid
van het lichaam: “Want het lichaam is een beperking van liefde. Het geloof
in beperkte liefde lag aan de oorsprong ervan, en het werd gemaakt om het
onbeperkte te beperken… Het werd gemaakt om jou
te beperken” (T18.VIII.1:2-4). De manier van de Cursus om dit terug te draaien is om ons te laten focussen
op het doel van wat we doen met ons
lichaam, in plaats van te proberen onszelf te vertellen dat we niet een lichaam
zijn. Jouw behoefte om jezelf zonder lichaam te ervaren zou wel eens een
valkuil van het ego kunnen zijn, een manier om de dwaling tot werkelijkheid te maken. Met andere
woorden: je zou dit niet tot een voorwaarde maken om de Cursus als waar te
aanvaarden, tenzij je er niet al van overtuigd was dat je een lichaam bent. Dus als we het lichaam
gebruiken om onszelf afgescheiden te houden van anderen – door speciaalheid,
vergelijkingen, wedijveren, oordelen enz. – zullen we
er altijd door beperkt worden en eraan gebonden zijn. Want dat is de geheime
wens achter onze waarneming van gescheiden belangen. Aan de andere kant kunnen
we dat doel veranderen door, met hulp van Jezus of de Heilige Geest, te zien dat
we allemaal dezelfde belangen hebben. Die keuze bevestigt onze onderliggende
wil om het bewustzijn van onze ware staat van eenheid terug te winnen: Gods
Zoon is één. De manier
van de Cursus om ons voorbij het lichaam te brengen is dus op de eerste plaats
om ons te trainen om te denken in termen van het doel waarvoor we het lichaam
gebruiken. En vervolgens, met Jezus of
de Heilige Geest als onze Leraar in plaats van het ego, het lichaam te
gebruiken met het doel de afscheiding op te heffen tussen onszelf en de ander, waarvan
wij dachten dat die bestond. Dit is altijd een kwestie van waarneming, niet van
gedrag. Nogmaals: dit wordt bereikt door de erkenning
dat onze belangen dezelfde zijn, hoewel onze levens er heel verschillend uit
kunnen zien. Naarmate onze waarneming
van afscheiding geleidelijk aan verandert in de ware waarneming van onze eenheid,
zal het belang van het lichaam beginnen te vervagen. Ons bewustzijn van het
lichaam als een werkelijke identiteit is dus volkomen afhankelijk van de keuze
die we in onze denkgeest maken om de afscheiding als waar of onwaar te zien.
Als we ervoor kiezen om de verschillen tussen ons als steeds minder belangrijk
te zien, zal het belang van het lichaam eveneens verminderen. Want ons
bewustzijn zal steeds meer uitstromen naar dat wat ons verbindt. De
werkelijkheid van ons lichaam verdwijnt uit ons bewustzijn in de mate waarin
onze ‘angst voor vereniging’ verdwijnt. Daarom focust Een cursus in wonderen zo doelbewust op het ongedaan maken van onze
waarneming dat we gescheiden zijn van elkaar. Dit proces - vergeving - legt de
focus niet op het overstijgen van het lichaam door meditatie of enig ander
middel, zoals andere spirituele paden. De Cursus wil dat we allereerst onze
aandacht richten op waarom wij denken
dat we een lichaam zijn, op de oorzaak.
En die oorzaak is dat wij een bestaan in stand willen houden als afgescheiden,
speciale individuen. Nogmaals, dat is niet onze
natuurlijke staat (WdI 72.9:3). Het ‘bewijs’ van
onsterfelijkheid dat je zoekt zal zich voordoen in het heilig
ogenblik en in ware waarneming, wanneer je inziet dat de grenzen die jou lijken
te scheiden van anderen op geen enkele manier bestaan. Deze ervaringen kunnen gedurende
langere periodes aanhouden en zijn een natuurlijk gevolg van het beoefenen van vergeving.
Het gevoel van onkwetsbaarheid, onze natuurlijke staat als Gods Zoon, wordt op
deze manier hersteld. Maar het is niet het doel van vergeving om geheel
onbewust van het lichaam te zijn; het zou niet mogelijk zijn om hier te blijven
zonder enig bewustzijn van het lichaam. Het verschil is dat, wanneer je
denkgeest genezen is, je zeker weet dat je niet je lichaam bent. En daarom weet
je dat niets in deze wereld de innerlijke vrede kan verstoren die de
natuurlijke staat is van je denkgeest. |